Mode
Ik heb het gevoel voor mode van een gemiddelde visserman uit Urk. Mode gaat niet helemaal aan me voorbij, maar dat is vooral de verdienste van ‘mijn’ vrouwen. Kleding kopen is en blijft een bezoeking. Afgelopen weekend in NY verliep het anders. Samen met twee – enigszins – modegevoelige vrienden deed ik een dagje Fifth Avenue. En kwamen we bij Abercrombie & Fitch uit. Deze winkel heeft alles waar ik een hekel aan heb, en toch ….. heb ik er het een en ander gekocht. Evenals de dag erna.
Het is er donker, de muziek staat knetterhard en het is er veel te druk. De rijen bij de paskamers zijn lang. Normaal hèt recept om een winkel uit te vluchten. Of chagrijnig te wachten tot degenen met wie ik daar ben, kledingtechnisch bevredigd zijn. Waarom bleef ik? Omdat het hele concept van voor tot achter klopt. De frisse geur die in de hele winkel hangt, de knappe jonge meiden en mannen die je echt willen helpen, de kleding zelf, die prima uitgelicht is en door de jongelui netjes op stapels gehouden wordt. Ook over de muziek is nagedacht. Uiteindelijk realiseer je je dat het in zo’n winkel druk moet zijn. Zo druk dat mensen in de rij staan om binnen te mogen. Knap gedaan, meneer Abercrombie en mevrouw Fitch. Overigens wordt het strenge marketingbeleid niet door iedereen begrepen. Mode eist slachtoffers, maar dat wist ik al.

